De traan die niet vloeit: over inwendig huilen, emotionele onderdrukking en het Innerlijk Monster

Gepubliceerd op 1 november 2025 om 12:00

Over huilen zonder tranen en de onderdrukking van ons innerlijk monster. Over wat er gebeurt als verdriet geen uitweg vindt. Over mannen die vastlopen in controle, over-presteren en emotionele stilte. Over gedrag dat we niet willen zien, maar dat we wél moeten leren begrijpen.

Huilen zonder tranen

 

Bindweefselaandoening

Sinds ruim een jaar heb ik moeten accepteren dat ik een bindweefselaandoening heb. Deze aandoening zorgt er onder andere voor dat mijn ogen kwetsbaar zijn voor iets wat ooit vanzelfsprekend was: huilen met tranen. Wanneer ik tranen laat vloeien, droogt het bindweefsel in mijn ogen uit. Mijn hoornvlies zwelt dan op en scheurt soms. De pijn is scherp, fysiek, maar ook emotioneel. Want hoe laat je verdriet toe als je het niet mag uiten zoals je gewend was? Ik heb moeten leren om anders te huilen. Inwendig. Zonder tranen. Het is een methode die ik mezelf heb aangeleerd: ik staar voor me uit of sluit mijn ogen, adem diep, en laat de emotie door mijn lichaam trekken. Geen zichtbare uitbarsting, geen vocht. Maar alles in mij huilt. Mijn borst vult zich, mijn keel knijpt samen, mijn hart klopt zachter. Het is een innerlijk proces. een stille rouw.  

 

Echte mannen huilen niet..

Wat begon als noodzaak, werd een spiegel. Want ik zie het ook in mijn praktijk. Vooral bij mannen in de leeftijd vanaf vijftig. Doorgaans over-presteerders, échte doorzetters. Mannen die geleerd hebben dat pijn of emotie iets is om te negeren, verdriet iets om te onderdrukken. Ook sommige vrouwen hebben aangeleerd om hun tranen in te slikken, hun kwetsbaarheid te verbergen. Maar bij mannen is het vaak fundamenteler. Cultureel. Generaties lang is hen verteld dat huilen zwakte is. Dat emoties gevaarlijk zijn. Dat kwetsbaarheid niet past bij mannelijkheid. En dus leren ze te functioneren zonder te voelen. Te presteren zonder te verwerken. Te leven zonder te huilen. Niet bewust, maar diep verankerd. Ze huilen niet, maar hun lichaam doet het uiteindelijk voor hen. Onderdrukte emoties blijven hangen. Ze worden fysieke klachten, relationele afstand, mentale uitputting. Het gedrag spreekt: spanning, vermijding, cynisme, verslaving. Soms zie ik het gebeuren: een inwendige traan. Een breuk in het pantser. Een moment van waarheid. Geen tranen, maar alles in hen huilt. Maar niet iedereen komt op dat punt. Steeds vaker zien en horen we hoe deze emotionele onderdrukking zich vertaalt in gedrag dat we als samenleving niet willen zien, maar ook niet willen of kunnen begrijpen.

 

Monsterlijke gedragingen

Onbegrepen gedrag bij mannen neemt toe. Verwardheid, agressie, controlerend gedrag. In de meest schrijnende gevallen leidt het tot femicide: vrouwen die het slachtoffer worden van mannen die de controle over zichzelf zijn kwijtgeraakt, en die die controle proberen terug te winnen over het leven van een ander, specifiek een vrouw. Dwingende controle, het creëren van emotionele afhankelijkheid en het toepassen van psychische manipulaties: geen karaktereigenschappen, maar symptomen van een innerlijke leegte die nooit erkend mocht worden. Ik zie het als een beschadigd innerlijk kind dat niet anders meer kan dan zich te vertonen als een monster.

 

Het innerlijk monster wil gehoord worden

 

Het erkennen van je innerlijk monster

We dragen het allemaal in ons: een innerlijk monster. Soms stil, soms luidruchtig. Soms vermomd als perfectionisme, soms als woede, controle, jaloezie of angst. Het is dat deel van ons dat we liever wegstoppen. Dat we veroordelen, negeren, rationaliseren. Maar hoe harder we het onderdrukken, hoe sterker het wordt.

Het monster leeft van ontkenning. Het groeit in de schaduw van onze schaamte, onze onverwerkte pijn, onze angst om kwetsbaar te zijn. En toch - het wil geen macht. Het wil aandacht. Het wil erkenning. Het wil gehoord worden.

Pas als we durven kijken, écht kijken, naar wat we liever niet zien, ontstaat er ruimte voor heling. Voor zachtheid. Voor menselijkheid. Want het monster is niet onze vijand. Het is onze boodschapper. Het wijst ons op wat nog niet gezien is, wat nog niet gevoeld mocht worden. En in die erkenning ligt de sleutel tot transformatie.

 

Wat zijn de gevolgen als we het blijven onderdrukken?

Dan zoekt het andere uitwegen. In gedrag. In relaties. In het lichaam. In destructie. Als het monster te lang genegeerd is, neemt het de regie over. Dan wordt het gedrag onbegrijpelijk, controlerend, en in toenemende mate zelfs gevaarlijk.

De toename van onbegrepen gedrag bij mannen, van psychische instabiliteit tot femicide, is geen losstaand fenomeen. Het is een echo van een systeem dat mannen nooit heeft geleerd om hun innerlijke wereld te erkennen. Dwingende controle, emotionele manipulatie, relationele afhankelijkheid: het zijn geen karakterfouten, maar noodkreten van een monster dat te lang opgesloten zat.

 

Het is, en ik vind het vreselijk en onbegrijpelijk wat er gebeurt. Tegelijkertijd intrigeert het me. Niet omdat ik het wil goedpraten, integendeel, maar omdat ik het wil begrijpen. Mijn eigen bindweefselaandoening heeft me gedwongen om stil te staan bij wat het betekent om verdriet te voelen, zonder het te kunnen uiten zoals we gewend zijn. En dat heeft me doen beseffen hoeveel mensen, vooral mannen, nooit hebben geleerd om hun verdriet überhaupt te voelen. Het erkennen van je innerlijk monster is geen zwakte. Het is een daad van moed. Een uitnodiging van transformatie. Want alleen wie durft te kijken naar wat hij liever niet ziet, kan werkelijk vrij worden. 

 

Huilen zonder tranen is voor mij een gemis. Ik accepteer het inmiddels als een andere vorm van expressie. Een stille revolutie van binnenuit. En misschien is dat precies wat deze tijd nodig heeft: ruimte voor verdriet, zonder oordeel. Ruimte voor kwetsbaarheid, zonder schaamte. Ruimte om mens te zijn, met of zonder tranen.

 

© 2025, Soar Bravura