Hoe de Visscherssteeg een kijkdoos werd: Een expositie over rouw die publiek werd, naschokken achter voordeuren en systemen die door wilden, terwijl mensen nog trilden.

Gepubliceerd op 12 maart 2026 om 12:00

De gasexplosie in de Utrechtse Visscherssteeg: hoe een straat kan openscheuren en een leven kan stilstaan, ook als je huis “ongeschonden” is. Hoe rouw en verdriet werden bekeken als content, terwijl er vooral mensen gemist werden die durfden te blijven. Hoe systemen alleen tellen wat zichtbaar breekt en missen wat het hardst pijn doet: naschokken achter tientallen voordeuren, maar ook protocollen en systemen dóór willen – terwijl zoveel levens nog proberen om overeind te komen.

"Hoe onze rouw zichtbaar werd gemaakt: alsof het een kijkdoos was waar iedereen even in mocht gluren." 

 

De explosie brak niet alleen een straat, maar ook een vanzelfsprekendheid

De Utrechtse Visscherssteeg, de pitoreske straat in de binnenstad die mij kent. De straat waar ik geboren ben, waar ik elke tegel ken en waar buren elkaars voetstappen herkennen nog vóór ze de bocht om zijn. De straat die mij zag opgroeien en heeft zien vallen en opstaan. De straat waar de lucht naar vroeger kan ruiken als het net geregend heeft en de stilte zich als een deken over de dag legt. Opgeschrikt op 15 januari 2026 door een heftige gasexplosie die meerdere huizen heeft weggevaagd en heeft verwoest. Een ontploffing waarvan het geluid met geen woorden te omschrijven is en waarvan de trilling 8 weken later nog voelbaar is voor omwonenden. Niet alleen steen, glas, gips, leidingen en logica braken, maar ook het idee dat sommige plekken onaantastbaar zijn en dat herinneringen veilig opgeborgen liggen achter het behang van de tijd. Deze dag bevestigde dat je niet alleen verliest wat zichtbaar kapot is, maar ook hetgeen wat onzichtbaar verschuift; zekerheid, veiligheid en vanzelfsprekendheid zoals de manier waarop je je sleutel in het slot steekt en je lichaam zonder nadenken naar binnen loopt. Ondanks, maar ook dankzij, het wonder dat iedereen nog in leven is.

 

De echte klap kwam ná de explosie

De ramp heeft me meer geraakt dan ik aanvankelijk dacht; niet omdat ik de klap niet begreep of omdat de feiten te groot waren, maar omdat ik later merkte dat het niet de explosie was die me ontregelde, maar alles wat er daarna gebeurde- of beter gezegd- alles wat er níet gebeurde. De stilte die zich als een tweede schokgolf door de dagen wrong. De manier waarop onze rouw zichtbaar werd gemaakt alsof het een kijkdoos was waar iedereen even in mocht gluren. De lust voor sensatie die groter bleek dan de ruimte voor menselijkheid en de cameralenzen die deden alsof ze iets vingen terwijl ze vooral iets wegnamen, namelijk de mogelijkheid om verdriet en rouw de ruimte te geven.

 

Verdriet als mediaproduct

De media en de ramptoeristen kwamen, de lijnen van afzetlinten en microfoons, de vragen die al geformuleerd waren voordat er geluisterd werd; het grenzeloze kijkdoosfenomeen waarin ons leven decor werd en ons leed achtergrondmuziek. Systemisch werd hier iets pijnlijk blootgelegd: sensatie stilt de honger, niet omdat ze voedt maar omdat ze vult; kort en snel en zonder te kauwen. De menselijkheid verdwijnt precies op het punt waar ons verdriet eindigt; in de mooie plaatjes en de stevige krantenkoppen omdat de wereld vraagt om deelbaarheid, terwijl rouw juist wil verstillen en wil schuilen zonder publiek.

 

Schade zonder scheuren telt niet

Mijn huis is nog heel, zeggen mensen, alsof dat de maat is van de schade. Alsof muren een lichaam zijn en je aan een gevel kunt zien wat er in een mens verschuift. Mijn huis is nog heel, maar dat wil niet zeggen dat mijn leven niet stilgestaan heeft, dat de nachten niet korter zijn geworden en dat mijn zenuwstelsel niet steeds opnieuw de route van de klap gelopen heeft. In de weken na de gebeurtenis merkte ik pas hoeveel vanzelfsprekendheid er stuk kan gaan zonder dat er één zichtbare scheur te vinden is. Ook als het stil wordt, speelt er leed en herstel achter de voordeur. Herstel zonder camera’s en rouw zonder microfoons. Juist daar, in die stille kamers, wordt pijnlijk duidelijk hoe weinig onze samenleving kan met wat niet acuut is maar wel diep, wat niet meetbaar is maar wel echt, en wat niet afgerond is maar wel dragend. 

 

"Overal waar iets ingewikkelder is dan in de procesomschrijving, ontstaat uitval."

 

Van herstel naar afhandeling: hoe systemen rouw versnellen

Rouw, een werkwoord zonder deadline, maar in de praktijk is dat het zelden. Wanneer de rook is opgetrokken en de straat is schoongemaakt, komt de andere werkelijkheid op gang; de wereld van loketten, formulieren en protocollen die de lading niet dekken. De administratieve troost die zegt: u valt niet in deze categorie, u komt niet in aanmerking, uw schade is niet objectief genoeg, uw huis staat nog dus u kunt verder. Het systeem dat hoorbaar is maar niet luistert, dat processen afhandelt maar niet vraagt hoe het werkelijk gaat, dat normaliteit eist terwijl het lijf nog trilt. We zeggen dat we herstellen, maar wat we vaak doen is afwikkelen; we zetten vinkjes bij gebeurtenissen terwijl het leven pas op de helft is van zijn verwerken en we verwarren doorgaan met genezen en efficiëntie met erkenning.

 

Waar één straat het falen van beleid zichtbaar maakt

Precies hier raakt deze straat aan beleid dat verder reikt dan de stoep: begrotingsjaren die niet samenvallen met mensenjaren, termijnen die doortikken terwijl voor mensenlevens de tijd stilstaat, verantwoordingssystemen die druk uitoefenen op tempo, hardheidsclausules als de deur op een kier en mandaat als vorm van vertrouwen. Toezicht dat telt wat zichtbaar is, maar daardoor mist wat werkt en procedures die uitsluiten terwijl het enige juiste beleid soms niets anders vraagt dan vertragen en mensen alleen een vaste hand bieden om over de drempel van de dag te komen. Dit gaat over relationele continuïteit, die ene professional die blijft en het casusoverleg dat niet afsluit met een vinkje maar met een vraag: “Wat draag ik mee tot volgende week?”

 

Tussen mens en systeem ontstaat uitval

Uitval ontstaat niet omdat mensen niet willen meewerken, maar omdat wat ze dragen te groot is voor het kader waarin ze terechtkomen; omdat trage schade niet past in snelle systemen; omdat nasleep geen prioriteit krijgt zolang hij geen headlines maakt; omdat rouw grillig is en protocollen lineair; omdat menselijk leven zelden netjes aansluit op beleidscycli. Overal waar iets ingewikkelder is dan dat in de procesomschrijving staat, ontstaat uitval- in zorg, in arbeid, in schulden, in onderwijs, in elke steeg waar het stil wordt nadat het te hard lawaai is geweest. Beleid dat niet ziet, gaat sturen op gedrag in plaats van op betekenis: meer controle waar juist meer contact nodig is, meer sanctie waar meer bedding nodig is en meer registratie waar meer nabijheid nodig is.

 

Stilstand is ongemakkelijk en daarom genegeerd

De Visscherssteeg staat stil en juist die stilstand is onverkoopbaar. Ze heeft geen kop, geen spanningsboog en geen einde dat netjes rond is. Ze vraagt om uithouden en om aanwezig zijn bij wat geen beeld wil zijn. Ze vraagt om tijd die niet rendeert en aandacht die niet gedeeld hoeft te worden. Precies daar toont onze samenleving haar ongemak: het verlangen naar weer normaal, naar ritme structuur, orde en productiviteit. Naar voortgang als bewijs dat we het kunnen dragen, terwijl normaal niet bestaat voor wie het fundament zag verschuiven. Voortgang zegt niets over wanneer iemand eerst opnieuw moet leren slapen en het bouwen aan toekomst kan pas als de bodem weer bodem is. Beleid dat werkelijk dienstbaar wil zijn, zou juist hier moeten werken met maatwerk als standaard, context als criterium en nazorg als hoofdstuk in plaats van als voetnoot. Hier is samenwerking nodig die niet focust op de grenzen van publieksgeld, maar die publieke verantwoording neemt die zich durft te meten aan menselijkheid.

 

"Erkenning is geen gevoel, maar een machtsvraag."

 

De Visscherssteeg is een bouwput. Zichtbaar voor wie langsloopt en onzichtbaar voor wie niet doorziet: de onzichtbare open plek in de levens van bewoners die herinnert, bevraagt en weigert dicht te groeien voordat de ondergrond is verstevigd. De onzekerheid over wat hier terugkomt en wat voorgoed anders blijft, en de vraag wie er meebouwt en wie er meekijkt zonder iets te dragen. De vraag die heerst of veiligheid ooit weer vanzelfsprekend wordt. Hier ligt een opdracht voor beleid: organiseer niet alleen respons, maar ook resonantie en zorg voor erkenning. Dat laatste klinkt als empathie, maar is in werkelijkheid een structuur-, systeem-, of zelfs een machtsvraag: wie bepaalt wat telt, wie bepaalt wanneer iets voorbij is en wie bepaalt of jouw stem gehoord wordt als er geen sirene meer loeit?

 

Erkenning betekent niet alleen begrip: het betekent ruimte maken in beleid en procedures; het betekent dat we de taal van dossiers aanvullen met de taal van levens; dat we systemen leren dragen in plaats van toetsen; dat we in de beleidskamer dezelfde vraag durven stellen als aan de keukentafel: wat heb je nodig- en wie blijft? Maak van een uitzondering geen incident, maar leer ervan en veranker het.

 

Wat overblijft wanneer de camera’s weg zijn en het stil wordt

Ik dacht dat de ramp een moment was, een klap, een datum, een verhaal met begin en einde- maar wat zichtbaar werd, is dat de ramp soms pas echt begint wanneer de camera’s uitgaan, wanneer de kijkdoos wordt dichtgeschoven en de menigte uiteenloopt; wanneer blijkt dat de samenleving kijkt maar niet ziet, hoort maar niet luistert, registreert maar niet begrijpt- en terugvalt in patronen die we dachten achter ons te hebben gelaten: controle boven contact, snelheid boven zorg en protocol boven context. Maar om stevig fundament terug te bouwen is er iets anders nodig: de bouwput niet camoufleren met woorden maar omheinen met tijd en aandacht, met mandaat en maatwerk, met minstens één iemand die blijft tot de grond weer grond is, het huis weer thuis en de straat weer straat. De Visscherssteeg, de straat die mij kent, waar buren elkaars voetstappen herkennen en waar ‘normaal’ niet terugkomt als een knop die je indrukt, maar als een langzaam, en haperend proces waarin we opnieuw moeten leren lopen over de grond die niet meer vanzelfsprekend draagt. Echte wederopbouw begint niet bij stenen, maar bij zien wat werkelijk kapot is. 

 

© 2026 Soar Bravura